|
There are no translations available.
Drimmelen
Verklaring van de naam
Het huidige dorp Drimmelen herdacht in 1995 haar 350-jarig bestaan en is dus nog een betrekkelijk jong dorp.
De naam Drimmelen is echter veel ouder. Er is ook nog een Oud-Drimmelen, dat voor 1645 Nieuw-Drimmelen genoemd werd. Er moet dus ook nog een nog ouder dorp Drimmelen geweest zijn, dat in 1421 getroffen werd door de St. Elisabethsvloed samen met ondermeer Standhazen, Almond en Dubbelmonde. In feite is de geschiedenis van Drimmelen een aaneenschakeling van het verplaatsen van de bebouwing.
Het allereerste Drimmelen moet gezocht worden in de huidige Biesbosch aan de oever van de Middeleeuwse Maas. Vanwege de hoge ligging op een oeverwal aan deze rivier ontstond de naam Drummelen, afgeleid van “drumlin”, een Iers-Keltisch woord dat “verhoging” betekent. Ierse monniken brachten het Christendom naar Geertruidenberg en omgeving en zij moeten vermoedelijk verantwoordelijk geacht worden voor de naam Drummelen. Al vrij snel ontstond als gevolg van de klankverwisseling Drimmelen. Deze laatste naam werd ook verbasterd tot “Driemilen” of “Drymelen” of “Tremella”. Men dacht dat Driemilen op drie mijlen afstand van Geertruidenberg was gelegen. Andere lezingen spreken zelfs over een ligging in het midden van de driehoek Dordrecht, Breda, Gorinchem en dat deze plaatsen op drie mijlen afstand van “Driemilen” lagen. Wordt 1 Romeinse mijl gestel op 1480 meter, dan zijn 3 mijlen samen 4440 meter.
Heren van Drimmelen
Het ambacht Drimmelen kwam in handen van de Heren van Dubbelmonde.
In 1332 blijkt Willem van Dubbelmonde te kunnen beschikken over het dit ambacht, hij mocht zich tevens heer van Almonde noemen. Willem kreeg 2 zonen Jan en Willem. Jan werd geboren in het jaar 1322 en werd op jeugdige leeftijd in 1334 uitgehuwelijkt aan Clementia van Duvenvoorde. Zij was een natuurlijke (niet wettige) dochter van Willem van Duvenvoorde. Jan Willemsz., van Drimmelen was tevens heer van Almonde. Hij had een eigen wapen: drie Andreaskruisjes van goud op een zwart veld. Het wapen van Drimmelen bestond uit drie dergelijke schuinkruisjes van zilver op een zwart veld. Dit was het omgekeerde van het wapen van Dubbelmonde.
De rechten over Drimmelen kreeg Jan in 1347 van zijn vader.
In 1411 verkocht de graaf van Holland het ambacht Drimmelen tot een erfelijk leen aan Engelbrecht van Nassau. Drimmelen en Standhazen bleven behoren aan het Huis van Nassau, (sinds 1545 van Oranje Nassau) tot en met 1795.
Bestuur
Van een begin van een eigen dorpsbestuur is sprake in 1332 als Graaf Willem van Holland aan Heer Willem van Drimmelen toestemming geeft een “rechter” of “schout” in zijn plaats aan te stellen over het ambacht Drimmelen.
Omstreeks het midden van de 18e eeuw blijkt het bestuur over Drimmelen en Standhazen te bestaan uit een schout en zeven schepenen. De schout woonde te Geertruidenberg evenals vier van de zeven schepenen. Hierdoor ontstond een grote invloed van de Stad Geertruidenberg op het dorpsbestuur.
Per 1 januari 1811 vond de vereniging plaats van de gemeente Drimmelen en Standhazen met de gemeente Made. Er kwamen een burgemeester, een wethouder en twee gemeenteraden, voor elke gemeente dus 1 gemeenteraad. Pas op 7 december 1813 is er sprake van een echte fusie van de beide gemeentes. Er wordt door de soeverein Willim I, Prins van Oranje, slechts één gemeenteraad aangesteld. In plaats van de benaming “de gemeentes van Made en Drimmelen & Standhazen” is er dan sprake van de “gemeente Made en Drimmelen”.
In 1817 besloot het Gemeentebestuur tot afbraak van het gemeentehuis te Drimmelen.
Het Christendom
In 1285 kende het dorp Drimmelen al een parochiekerk, een teken dat het dorp al een aardige omvang had bereikt. Dit kerkgebouw was gewijd aan de Heilige Sebastianus en moest de kerk van de Heilige Gertrudis te Geertruidenberg als moederkerk erkennen. De St. Elisabethsvloed van 1421 betekende het einde voor deze eerste kerk van Drimmelen.
Ten tijde van de kerkvisitatie in 1571 bleek dat het Katholiek kerkelijk leven al bijna uitgestorven was.
Enkele jaren later moet de bevolking van Oud Drimmelen massaal overgegaan zijn naar de Reformatie.
Bron: Louis van Suijlekom
Drimmelen
Het huidige dorp Drimmelen herdacht in 1995 haar 350-jarig bestaan en is dus nog een betrekkelijk jong dorp. Er is ook nog een Oud-Drimmelen, dat voor 1645 Nieuw-Drimmelen genoemd werd. Er moet dus ook nog een nog ouder dorp Drimmelen geweest zijn, dat in 1421 getroffen werd door de St. Elisabethsvloed samen met ondermeer Standhazen, Almond en Dubbelmonde.
In feite is de geschiedenis van Drimmelen een aaneenschakeling van het verplaatsen van de bebouwing. Het allereerste Drimmelen moet gezocht worden in de huidige Biesbosch aan de oever van de Middeleeuwse Maas.
In 1285 kende het dorp Drimmelen al een parochiekerk, een teken dat het dorp al een aardige omvang had bereikt. Dit kerkgebouw was gewijd aan de Heilige Sebastianus en moest de kerk van de Heilige Gertrudis te Geertruidenberg als moederkerk erkennen. De St. Elisabethsvloed van 1421 betekende het einde voor deze eerste kerk van Drimmelen.
Ten tijde van de kerkvisitatie in 1571 bleek dat het Katholiek kerkelijk leven al bijna uitgestorven was. Enkele jaren later moet de bevolking van Oud Drimmelen massaal overgegaan zijn naar de Reformatie.
Made en Drimmelen
In 1730 verwoestte een grote brand het grootste deel van Oud-Drimmelen. Tot 1792 werd er gedoopt en gehuwd in de kerk van Oud-Drimmelen, maar in 1793 werd deze kerk verkocht voor afbraak. Vanaf dat jaar werden dopen en huwelijken voltrokken in Nieuw-Drimmelen.
Rond het begin van de negentiende eeuw werd de unie van Oud- en Nieuw-Drimmelen samengevoegd met Made. Dat bleef zo tot 1997, toen Made en Drimmelen, Terheijden, Wagenberg en Hooge en Lage Zwaluwe werden samengevoegd tot de nieuwe gemeente Made, die later weer Drimmelen zou gaan heten.
Zowel in Made als in Drimmelen werd in 1867 door de choleraepidemie de kermis niet gehouden.
Made en Drimmelen was vroeger ingedeeld in wijken. De adressen waren wijk A of B met huisnummer erachter. Wijk A was het zogenaamde centrum en de wijk B het overige. Drimmelen, Oud-Drimmelen , de Buitendijk en de gehele Bergse Polder noemde men wijk C. Voor de wijk A liep de nummering door tot A216. Voor de wijk B was dit B247 en wijk C ging tot C122a. Totaal stonden er dus bij benadering een kleine 600 huizen in de periode 1879 – 1889. Iedere 10 jaar werd alles opnieuw geteld en werd elk gebouw weer voorzien van een nieuw nummer .
Het is duidelijk dat door de uitbreiding van het dorp bijna nooit de nummering in een opeenvolgende periode het zelfde was. Deze indeling in wijken en de herzieningen na 10 jaar was , zoals zoveel wetten en regels, ingesteld door Napoleon en loopt door tot 1948. In 1936 was men al wel begonnen met het naam geven van straten, maar pas in 1948 werd deze methode officieel in gebruik genomen als registratie van een adres.
Bronnen: Dordrechtsche Courant, Wikipedia, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, Stationsweb
|